Schapendrijven
De eerste wedstrijd werd gespeeld in 1873 te Bala, Wales. Tegenwoordig heb je nationale en internationale kampioenschappen. Bij schapendrijven onderscheidt men drie klassen: beginners, gevorderden en de wedstrijdspelers. Elke klasse heeft natuurlijk een andere moeilijkheidsgraad. De handler (baasje) geeft via stem en/of fluitcommando's instructies door aan de hond om de schapen te drijven. Bij competities worden de oefeningen op voorhand bepaald door de jury. Om te leren schapendrijven heb je veel geduld nodig, het duurt lang eer je alles onder de knie hebt. Allereerst wordt er ook gekeken hoe je hond reageert bij schapen, een soort van gewenning. Daarna leer je de bevelen aan om de schapen te drijven. Allereerst is er de outrun, waarbij de hond de schapen ophaalt. Vervolgens is er de lift, hier zet de hond de schapen in beweging. Daarna komt de fetch, de schapen in een rechte lijn naar de handler drijven. De drive is het wegdrijven van de groep schapen, in driehoeksvorm. Bij de single moet de hond een gekenmerkt schaap afsplitsen van de groep. Wanneer er twee schapen worden afgezonderd van de groep spreekt men van een shedding. Als laatste is er de pen, waarbij de hond de schapen samenbrengt in een hok. De tijd die men krijgt voor de oefeningen af te leggen is acht tot tien minuten bij de eerste twee klassen en vijftien mintuten bij de laatste klasse. Wanneer de tijd om is, zijn ze verplicht te stoppen.

Webdesign by Clauwaert Annelies • All rights reserved © 2010                                    Sitemap                       Disclaimer