Heupdysplasie is erfelijk, maar kan ook te wijten zijn aan voeding en overdreven lichaamsbeweging van een pup. Het ligament tussen het dijbeen en het bekken, is heel slap. Daardoor heeft het dijbeen een abnormale positie ten opzicht van de heupen. Het dijbeen kan daardoor ook niet normaal bewegen en er treedt artrose op. Daardoor begint de hond te manken. Er zijn een aantal risicorassen die het meest kans lopen om deze aandoening te krijgen. Waaronder ook de Border Collie.
Als de hond jong is en nog geen of weinig artrose heeft is het mogelijk de pasvorm van de heupen operatief te herstellen. We noemen dit TPO, of Triple Pelvic Osteotomie. Hierbij wordt het bekken op drie plaatsen doorgezaagd en wordt het heupgewricht zoveel gedraaid dat de heupkop weer goed in de kom past. De honden die met deze operatietechniek behandeld worden ontwikkelen nauwelijks artrose en kunnen na hun herstel weer een normaal leven leiden.
Mocht de hond al wel artrose hebben zijn er ook nog mogelijkheden. In ernstige gevallen kan een kunstheup een oplossing bieden. In minder ernstige gevallen kunnen we het gevoel in de heup uitschakelen door de zenuwvoorziening naar het heupgewricht door te snijden. In andere gevallen is het mogelijk een soort steunrand boven het heupgewricht te creëren. Dit noemen we een DAR, een Dorsal Rim Arthroplastie. We streven er echter naar de aandoening vroegtijdig te herkennen en te voorkomen.
Het voorkomen van heupdysplasie kan men best doen door de ouderdieren zo te selecteren dat de kans op het ontwikkelen van HD bij de pup zo klein mogelijk is. Ouderdieren die aangetast zijn hebben een grotere kans om de ziekte door te geven aan hun pups.
Verder is het van belang de pup of opgroeiende hond niet te overvoeden en geen voedingssuplementen te geven. Matige beweging zonder overbelasting helpt ook in het voorkomen van heupdysplasie bij de hond.
|